Uitspraak
Datum uitspraak: 1 juni 2022
Raad van State
Het algemeen bestuur van Waterschap Rivierenland stelde op 27 november 2020 het projectplan vast voor de dijkversterking Gorinchem-Waardenburg, dat door het college van gedeputeerde staten van Gelderland werd goedgekeurd. Diverse besluiten van gemeenten en provincies, waaronder bestemmingsplannen en vergunningen, zijn genomen ter uitvoering van dit projectplan.
Appellanten, bestaande uit bewoners, stichtingen en bedrijven uit de betrokken gemeenten, hebben beroep ingesteld tegen het goedkeuringsbesluit en enkele uitvoeringsbesluiten. Hun bezwaren betreffen onder meer hinder door werkverkeer, trillingsschade, verkeersveiligheid, procedurele onzorgvuldigheden, het ontbreken van een monumentenvergunning, en de mogelijke gevolgen voor natuurcompensatie en woningbouw.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de beroepen inhoudelijk behandeld en geoordeeld dat het projectplan voldoet aan de eisen van de Waterwet en dat de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt. Uitvoeringsaspecten zoals verkeersbegeleiding, trillingsmonitoring en bereikbaarheid zijn voldoende betrokken in de besluitvorming. Ook is geoordeeld dat de monumentenvergunning niet vereist is voor de molen en dat de natuurcompensatie adequaat is geborgd. De beroepen zijn overwegend ongegrond verklaard en de besluiten zijn bevestigd.
De Afdeling benadrukt dat het projectplan enige flexibiliteit bij de uitvoering toelaat, mits dit voldoende is omschreven en dat schadevergoeding en monitoring adequaat zijn geregeld. Proceskosten worden niet toegewezen. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het projectplan en de uitvoeringsbesluiten, waarmee de dijkversterking kan worden voortgezet.
Uitkomst: De beroepen tegen het projectplan en uitvoeringsbesluiten worden ongegrond verklaard en de besluiten bevestigd.