ECLI:NL:RVS:2022:1612
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. Daalder
- J.M.L. Niederer
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen uitwerkingsplicht bestemmingsplan locatie ’n Stet te Borne
Appellante en anderen verzochten het college van burgemeester en wethouders van Borne om een uitwerkingsplan vast te stellen voor de locatie ’n Stet, kadastraal bekend als Borne L240 en L241, teneinde tien vrijstaande woningen te realiseren. Dit verzoek werd op 12 september 2018 afgewezen. Vervolgens verklaarde het college het bezwaar van appellante tegen dit besluit bij besluit van 27 december 2018 ongegrond.
Appellante stelde beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen het besluit van 27 december 2018. In de procedure werd duidelijk dat op 16 juni 2020 een nieuw bestemmingsplan was vastgesteld, het bestemmingsplan "Algemene herziening Borne, Hertme, Zenderen", waarin de locatie ’n Stet een agrarische bestemming kreeg. Hierdoor verviel de uitwerkingsplicht uit het eerdere bestemmingsplan "Bornsche Maten 2004" waarop het verzoek tot uitwerkingsplan was gebaseerd.
De Afdeling oordeelde dat het college daardoor geen uitwerkingsplan meer kan vaststellen en appellante met deze procedure niet meer kan bereiken dat het gewenste uitwerkingsplan wordt vastgesteld. Daarom ontbrak het aan procesbelang en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de uitwerkingsplicht is vervallen door het nieuwe bestemmingsplan.