ECLI:NL:RVS:2022:1643
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 4 augustus 2021 vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat bij besluit van 15 november 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling op 11 april 2022 eveneens ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter heeft de belangen van beide partijen afgewogen.
Na zorgvuldige overweging heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waarbij tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 9 juni 2022 door voorzieningenrechter H.G. Sevenster, in aanwezigheid van griffier J.A. Verweij.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen.