ECLI:NL:RVS:2022:1653
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake omgevingsvergunning tulpenbroeierij
Verzoeker diende op 22 april 2021 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning om een gebouw uit te breiden ten behoeve van een tulpenbroeierij op een agrarisch bedrijventerrein in Voorhout. Het college verlengde de beslistermijn en vroeg aanvullende gegevens, waaronder een agrarisch formulier en een ondernemingsplan, om te beoordelen of sprake was van een volwaardig agrarisch bedrijf. Verzoeker vulde het agrarisch formulier in, maar leverde geen ondernemingsplan aan. Het college liet de aanvraag op 23 augustus 2021 buiten behandeling wegens onvolledigheid. Verzoeker stelde dat de vergunning van rechtswege was verleend en startte een beroepsprocedure, die door de rechtbank niet-ontvankelijk werd verklaard. Tegen deze uitspraak stelde hij hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de kern van het geschil – welke gegevens het college mocht verlangen en of de aangeleverde gegevens voldoende waren – niet geschikt is voor voorlopige beoordeling en wacht op de bodemprocedure. De belangenafweging leidde tot afwijzing van het verzoek, mede omdat het gebouw al meer dan tien jaar leegstaat, de bouwkosten stijgen en er lopende overleg is tussen partijen om alsnog tot een vergunning te komen. De voorzieningenrechter vond dat dit geen aanleiding gaf om de vergunning voorlopig toe te kennen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en lopende bodemprocedure.