ECLI:NL:RVS:2022:1670
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door staatssecretaris na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 13 mei 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 mei 2022 ongegrond verklaarde en tevens het verzoek om schadevergoeding afwees. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe of relevante rechtsvragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming zouden bevorderen. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie van de Afdeling over ambtshalve toetsing in bewaringszaken. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 13 juni 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.