ECLI:NL:RVS:2022:1681
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring Raad van State in hoger beroep inzake afwijzing aanschaf computerapparatuur TU Eindhoven
Op 12 en 21 september 2018 heeft de TU Eindhoven twee aanvragen van appellant voor de aanschaf van computerapparatuur afgewezen. De eerste aanvraag betrof een verzoek om apparatuur te financieren uit een Vici-subsidie, de tweede uit eigen middelen van de TU Eindhoven. Appellant was van 2012 tot 2017 persoonlijk hoogleraar aan de TU Eindhoven en verwees in zijn verzoeken naar een nadere rechtspositionele regeling uit 2012.
De TU Eindhoven wees verzoek I af wegens het ontbreken van een deugdelijke motivering en verzoek II omdat appellant na 1 juni 2017 geen aanspraak meer kon maken op de regeling. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Appellant stelde hoger beroep in tegen dit oordeel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat zij onbevoegd is het hoger beroep te behandelen omdat het geschil betrekking heeft op ambtenarenrechtelijke rechtspositionele verhoudingen, waarvoor de Centrale Raad van Beroep exclusief bevoegd is. Daarom zendt de Afdeling het hoger beroep door aan die rechter. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant terugbetaald. De TU Eindhoven hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd en zendt het hoger beroep door aan de Centrale Raad van Beroep.