ECLI:NL:RVS:2022:1702
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning voor legalisering bouwhoogte hoogspanningsmasten Diemen-Lelystad
Het college van burgemeester en wethouders van Almere en de ministers van Economische Zaken en Klimaat en Binnenlandse Zaken hebben vergunningen verleend aan TenneT voor het constructief aanpassen en legaliseren van de bouwhoogte van hoogspanningsmasten van de verbinding Diemen-Lelystad. Appellant, wonende nabij mast 53, stelde beroep in tegen deze besluiten en voerde onder meer aan dat een uitgebreide m.e.r.-procedure verplicht was, dat het milieueffectrapport (MER) onvoldoende alternatieven besprak, en dat de besluiten in strijd zijn met het voorzorgsbeginsel vanwege gezondheidsrisico's door capaciteitsvergroting.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de vergunning voor het constructief aanpassen van masten niet m.e.r.-plichtig is. Voor de legalisering van de bouwhoogte geldt geen directe m.e.r.-plicht, maar wel een m.e.r.-beoordelingsplicht. Het MER voldoet aan de wettelijke eisen, onder andere doordat het redelijke alternatieven beschrijft die relevant zijn voor de activiteit. Het alternatief van wintrackmasten is terecht buiten beschouwing gelaten vanwege de hoge kosten en afwijkende doelstelling.
De gezondheidsrisico's die appellant aanvoert hebben betrekking op de capaciteitsvergroting en magneetveldsterkte, maar deze werkzaamheden zijn niet onderdeel van de vergunde besluiten. De Afdeling stelt vast dat het voorzorgsbeginsel en goede ruimtelijke ordening niet in het geding zijn bij deze besluiten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunningen voor de hoogspanningsmasten wordt ongegrond verklaard.