ECLI:NL:RVS:2022:1714
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 7 april 2022 besloten om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 11 mei 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de behandeling heeft de staatssecretaris gemeld dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken en dat zijn gemachtigde geen contact meer met hem heeft. De Afdeling concludeert hieruit dat de vreemdeling geen bescherming meer zoekt en daardoor geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en bepaalt dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 15 juni 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang van de vreemdeling.