ECLI:NL:RVS:2022:1798
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering politieke overtuiging
De vreemdeling, afkomstig uit Ethiopië, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 19 maart 2020 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft nagelaten te onderkennen dat het besluit van de staatssecretaris onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. De staatssecretaris had niet onderzocht of de vreemdeling een beschermenswaardige politieke overtuiging heeft, terwijl het geloofwaardig was dat hij betrokken was bij politieke activiteiten van Ethiopische bewegingen in Duitsland en Nederland.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris en verwijst de zaak terug voor een nieuw besluit waarin dit aspect wel adequaat wordt onderzocht en beoordeeld. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit met adequaat onderzoek naar de politieke overtuiging.