ECLI:NL:RVS:2022:1822
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 28 januari 2021 een besluit genomen waarbij de vreemdeling is opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod is uitgevaardigd. De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 11 mei 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij niet zou worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat hij opvang en verstrekkingen zou ontvangen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de belangen van beide partijen.
Na afweging van de belangen heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat er geen aanleiding is om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is daarom afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 29 juni 2022 door voorzieningenrechter N. Verheij.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting en inreisverbod wordt afgewezen.