ECLI:NL:RVS:2022:186
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing intrekking Nederlanderschap
Bij besluit van 1 december 2011 heeft de minister van Binnenlandse Zaken het Nederlanderschap van verzoeker ingetrokken. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de hernieuwde afwijzing van zijn bezwaar door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 25 augustus 2021. Hij verzocht om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van de intrekking op te schorten.
Verzoeker stelde dat de intrekking ertoe leidt dat hij zijn paspoort en dat van zijn minderjarige kinderen moet inleveren, geen toegang meer heeft tot gezondheidszorg terwijl hij afhankelijk is van medicatie, vreest zijn dienstverband te verliezen en zijn huisvesting niet meer kan bekostigen. De staatssecretaris stelde geen belangen die afwijzing rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter achtte het niet noodzakelijk dat de staatssecretaris de uitspraak in de bodemzaak afwacht en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen. De intrekking van het Nederlanderschap wordt geschorst tot de uitspraak op het beroep. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van het Nederlanderschap wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.