ECLI:NL:RVS:2022:1868
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen vernietiging besluit rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 15 april 2021 een aanvraag van een vreemdeling om afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt, afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 17 september 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank Den Haag op 20 mei 2022 het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de ambtshalve beoordeling in het kader van artikel 8 EVRM Pro betrof. De rechtbank bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank geen onherstelbare gevolgen heeft en geen onevenredige inspanning van de staatssecretaris vraagt. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.