ECLI:NL:RVS:2022:1896
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom inzameling afvalhout wegens onbevoegdheid college
Het college van burgemeester en wethouders van Sint Anthonis legde op 13 november 2019 aan appellant een last onder dwangsom op wegens het inzamelen van afvalhout zonder vermelding op een lijst van inzamelaars, in strijd met artikel 10.45 van de Wet milieubeheer. Appellant exploiteert een zwembad en sauna waar afvalhout van derden werd ingezameld en verbrand. Het college verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en handhaafde het besluit.
Appellant stelde beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling onderzocht of het college bevoegd was om handhavend op te treden. Het college stelde zich op het standpunt dat het inzamelen plaatsvond binnen de inrichting en dat het bevoegd was op grond van artikel 18.2 Wet milieubeheer.
De Afdeling oordeelde echter dat artikel 18.2b, vierde lid, Wet milieubeheer de minister aanwijst als bevoegd gezag bij overtredingen van artikel 10.45. Deze bijzondere regeling gaat voor op artikel 18.2. Daarom was het college niet bevoegd om de last onder dwangsom op te leggen. Het besluit van 30 juni 2020 werd vernietigd en het besluit van 13 november 2019 herroepen voor zover het de last onder dwangsom betrof.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit, waardoor de last onder dwangsom niet meer geldt.
Uitkomst: De last onder dwangsom wegens overtreding van artikel 10.45 Wet milieubeheer is vernietigd en het college was niet bevoegd tot handhaving.