ECLI:NL:RVS:2022:1903
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing subsidieaanvraag stichting Frisse Oren wegens onvoldoende artistieke en zakelijke kwaliteit
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees de subsidieaanvraag van Stichting Frisse Oren af op grond van een advies van de adviescommissie Cultuurnota 2021-2024. De commissie vond de artistieke kwaliteit onvoldoende onderbouwd, met name vanwege een gebrek aan overtuiging over het vakmanschap van het theatrale spel, en beoordeelde de zakelijke kwaliteit als risicovol en onvoldoende realistisch.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het advies over de artistieke en zakelijke kwaliteit onbetrouwbaar was, en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen met een beter gemotiveerd advies. Het college nam een nieuw besluit, opnieuw afwijzend, met een aanvullend advies waarin de commissie haar eerdere kritiek nader toelichtte.
De stichting voerde aan dat het college het nieuwe besluit onvoldoende had gemotiveerd en dat het bezoekverslag niet als basis mocht dienen voor het oordeel over de spelkwaliteit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college zich mocht baseren op het aanvullende advies, dat de motivering voldoende inzichtelijk was en dat het college de aanvraag terecht op artistieke gronden mocht afwijzen.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van het college ongegrond. Het college werd tevens griffierecht opgelegd. De zaak illustreert de terughoudende toetsing van bestuursrechters aan artistieke beoordelingen en het belang van een deugdelijke motivering van adviezen bij subsidieaanvragen.
Uitkomst: De subsidieaanvraag van Stichting Frisse Oren wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwde artistieke kwaliteit.