ECLI:NL:RVS:2022:1914
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor bootlift bij sloot in Breukelen
Het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht weigerde op 21 februari 2020 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een bootlift bij een sloot op het perceel van appellant in Breukelen. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit van het college wegens een bevoegdheidsgebrek, maar oordeelde dat de bootlift niet vergunningvrij kon worden gebouwd omdat het deel van het perceel met de bestemming 'Water' niet als erf kan worden aangemerkt.
In hoger beroep stelde appellant dat de bootlift vergunningvrij mocht worden geplaatst en dat het college ten onrechte de vergunning had geweigerd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat vergunningvrij bouwen niet mogelijk is op gronden met de bestemming 'Water', omdat bouwen daar verboden is en het erf niet inrichtbaar is ten dienste van het hoofdgebouw.
Verder werd het besluit tot weigering van de vergunning door het college getoetst aan het afwijkingenbeleid van de gemeente. De Afdeling vond dat het college terecht oordeelde dat de bootlift het open zicht op het landschap aantast en dat deze belangen zwaarder wegen dan het belang van appellant. Het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat een vergelijkbare vergunning voor een zwembad niet gelijk is aan een bootlift.
Het hoger beroep en het beroep tegen het besluit van 14 september 2021 werden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor de bootlift en verklaart het hoger beroep ongegrond.