ECLI:NL:RVS:2022:1941
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake last onder dwangsom voor illegale vijver en ophoging
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht heeft bij besluit van 26 augustus 2021 aan verzoeker onder dwangsom opgelegd om een illegale vijver en ophoging op zijn perceel terug te brengen tot de situatie van vóór 2002. Verzoeker had in 2001 zonder vergunning een vijver gegraven, wat in strijd was met de Ontgrondingenwet. Na afwijzing van zijn vergunningaanvraag en het ongegrond verklaren van zijn bezwaar, heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker het verzoek voor zover het de ophoging betreft heeft ingetrokken. De rechter overweegt dat verzoeker na eerdere uitspraken duidelijk had moeten zijn dat legalisatie alleen mogelijk is als de strijd met het bestemmingsplan wordt opgeheven. Verzoeker heeft pas in juni 2022 een ruimtelijke onderbouwing ingediend, waardoor geen concreet zicht op legalisatie bestaat.
Verder is geoordeeld dat het college terecht de last heeft opgelegd zonder eerst onderzoek te verrichten naar beschermde flora en fauna, omdat verzoeker geen ontheffing heeft aangevraagd. Het natuurwaardenonderzoek sluit de aanwezigheid van beschermde soorten niet uit, maar levert geen reden op voor schorsing.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelt het college niet tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de last onder dwangsom blijft gehandhaafd.