ECLI:NL:RVS:2022:1971
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing VOG-aanvraag acupuncturist na veroordeling voor ontucht met misbruik van gezag
De appellant, een acupuncturist met praktijk in Eindhoven, vroeg op 30 april 2020 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan voor een functie als therapeut Traditioneel Chinese Geneeskunde. De minister voor Rechtsbescherming wees de aanvraag af vanwege een eerdere veroordeling van de appellant door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 2 juli 2019 voor ontucht met misbruik van gezag, waarvoor hij een gevangenisstraf kreeg opgelegd. De minister oordeelde dat het objectieve criterium was vervuld, omdat herhaling van het strafbare feit in de beoogde functie een risico voor de samenleving vormt.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat de minister het belang van de samenleving terecht zwaarder had gewogen dan het belang van de appellant bij het verkrijgen van de VOG. De appellant stelde in hoger beroep dat het subjectieve criterium wel was vervuld, onder meer omdat de strafrechter geen beroepsverbod oplegde, het tuchtcollege zijn klacht ongegrond verklaarde en hij geen eerdere veroordelingen had. Ook stelde hij dat zonder VOG hij zijn cliënten nog steeds mag behandelen, maar inkomsten misloopt.
De Raad van State oordeelde dat de minister terecht geen aanleiding had gezien om af te wijken van het objectieve criterium, mede omdat bij zedendelicten slechts zeer beperkte ruimte bestaat om op basis van het subjectieve criterium een VOG af te geven. Het tijdsverloop van vier jaar was te kort en er waren geen bijzondere omstandigheden die de weigering evident disproportioneel maakten. De afwijzing van de VOG werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag wegens onvoldoende vervulling van het subjectieve criterium.