ECLI:NL:RVS:2022:1986
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- H.J.M. Baldinger
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep tegen watervergunning voor herinrichting natuurgebied Wijffelterbroek
De vereniging Natuurmonumenten vroeg op 4 december 2017 een watervergunning aan voor het verleggen van de primaire watergang Raam en het gedeeltelijk dempen van de Vetpeel in het natuurgebied Wijffelterbroek te Weert, met als doel het tegengaan van verdroging en het creëren van een klimaatbuffer. Het dagelijks bestuur van waterschap Limburg verleende deze vergunning bij besluit van 10 augustus 2020.
Appellant, wonende circa 580 meter van het project, en de Ecologische Werkgroep Weert Zuid stelden beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belanghebbendheid. Appellant stelde hoger beroep in, ook namens de werkgroep, maar overlegd geen machtiging voor vertegenwoordiging van de werkgroep, waardoor dat deel niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Afdeling oordeelt dat appellant onvoldoende belanghebbende is omdat de afstand tot het project te groot is en de gevolgen voor zijn woon- en leefomgeving niet van enige betekenis zijn. Zijn betrokkenheid bij het natuurgebied en zicht op het gebied zijn onvoldoende om een persoonlijk belang aan te nemen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Proceskosten worden niet toegewezen aan appellant. De Afdeling benadrukt dat in omgevingsrechtelijke zaken die zijn voorbereid onder afdeling 3.4 Awb alleen belanghebbenden toegang hebben tot de bestuursrechter, en appellant voldoet hier niet aan.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het beroep namens de werkgroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbendheid en ontbrekende machtiging.