ECLI:NL:RVS:2022:2011

Raad van State

Datum uitspraak
13 juli 2022
Publicatiedatum
14 juli 2022
Zaaknummer
202204061/1/V3 en 202204061/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 91 Vw 2000Art. 92 Vw 2000
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 juli 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, legde hem een vertrekopdracht uit de Europese Unie op en vaardigde een inreisverbod uit.

De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 juni 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De motivering van de rechtbank werd overgenomen en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de staatssecretaris werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

202204061/1/V3 en 202204061/2/V3.
Datum uitspraak: 13 juli 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 30 juni 2022 in zaak nr. NL21.11775 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 14 juli 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Bij uitspraak van 30 juni 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.M.I. Eleveld, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1.    De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt deze motivering over.
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;
II.       wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. Van Meurs-Heuvel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2022
47-982