ECLI:NL:RVS:2022:202
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring aanvraag verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 8 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 21 december 2021 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. De vreemdeling verzocht om te voorkomen dat zij wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op basis van de aangevoerde gronden niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Gezien de belangen van zowel de staatssecretaris als de vreemdeling is daarom geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd dan ook afgewezen en de staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat niet aannemelijk is dat de rechtbankuitspraak zal worden vernietigd.