ECLI:NL:RVS:2022:2075
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende medische problematiek en zoekgedrag
Appellant woont sinds 2014 in een eengezinswoning te Utrecht en vroeg op 26 mei 2020 een urgentieverklaring aan wegens lichamelijke en geestelijke klachten. Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag op 19 augustus 2020 af omdat appellant niet voldeed aan de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, met name omdat hij niet eerst zelf naar een oplossing had gezocht en het medische advies geen dringende medische noodzaak zag.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep op 16 september 2021 ongegrond verklaarde. In hoger beroep bij de Raad van State betoogde appellant dat hij wel aan de voorwaarden voldeed en zijn medische problematiek voldoende had onderbouwd.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 27 juni 2022 behandeld en concludeert dat noch het college noch de rechtbank hun beoordeling onjuist of onvolledig hebben gemaakt. Appellant heeft zijn standpunten slechts herhaald zonder nieuwe gronden aan te voeren.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.