ECLI:NL:RVS:2022:2081
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving bouw zonder vergunning en weigering legalisatie
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer heeft appellant onder dwangsom gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo ongedaan te maken wegens bouwen zonder vergunning en strijd met het bestemmingsplan. Appellant had een aanbouw gerealiseerd zonder vergunning, ondanks eerdere weigering van het college om een vergunning te verlenen.
Appellant voerde aan dat sprake was van bijzondere omstandigheden, waaronder een toezegging en concreet zicht op legalisatie, en dat handhaving onevenredig was. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden dat geen sprake was van bijzondere omstandigheden die handhaving in de weg stonden. De toezegging was onvoldoende concreet en de vergunning was terecht geweigerd vanwege stedenbouwkundige bezwaren.
Het beroep tegen het handhavingsbesluit en het besluit tot afwijzing van verlenging van de begunstigingstermijn werd ongegrond verklaard. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het handhavingsbesluit en het besluit tot afwijzing van verlenging van de begunstigingstermijn is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.