ECLI:NL:RVS:2022:2096
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 28 januari 2021 een aanvraag van een vreemdeling om een document te verkrijgen dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont, afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank op 3 juni 2022 het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat uitvoering van de uitspraak van de rechtbank geen vergunningverlening inhoudt en geen onherstelbare gevolgen heeft. Ook vergt uitvoering geen onevenredige inspanning. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €759,00.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.