ECLI:NL:RVS:2022:211
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 december 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daartegen ingestelde beroep ongegrond op 13 januari 2022. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen gronden bevatte die de uitspraak van de rechtbank konden vernietigen. Er werd geen belang gezien voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en de staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd op 25 januari 2022 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter B. Meijer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.