ECLI:NL:RVS:2022:212
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake uitzettingsbesluit vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had bij besluit van 30 april 2021 ambtshalve geweigerd om uitzetting van de vreemdeling achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 12 juli 2021 ongegrond werd verklaard door de staatssecretaris.
De rechtbank Den Haag verklaarde bij uitspraak van 3 december 2021 het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het bezwaar moest nemen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en besloot daarom dat de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.