ECLI:NL:RVS:2022:2121
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige schorsing bestemmingsplan Oost Kinderdijk 187a wegens onduidelijkheden en belangenafweging
Verzoeksters, bestaande uit een B.V. en drie natuurlijke personen, hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de raad van de gemeente Alblasserdam van 22 maart 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan 'Oost Kinderdijk 187a'. Zij verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, waarmee het plan zou worden geschorst totdat de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak doet in de bodemprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeksters belanghebbenden zijn en dat het beroep inhoudelijk zal worden behandeld. Het relativiteitsvereiste leidt ertoe dat de beroepsgrond over gebiedsbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming en stikstofdepositie niet slaagt, omdat de woningen op ruime afstand van Natura 2000-gebieden liggen. Andere beroepsgronden vertonen gebreken die zonder aantasting van het plan kunnen worden hersteld.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft buiten bestaand stedelijk gebied, waarvoor de raad onvoldoende onderzoek heeft verricht naar binnenstedelijke alternatieven, zoals vereist door de ladder voor duurzame verstedelijking. Ook is onduidelijkheid over de bouwhoogte en de impact daarvan op uitzicht, privacy en ruimtelijke ordening. Andere aspecten zoals de aantasting van landgoedbiotoop en cultuurhistorische waarden vereisen nadere studie.
Na belangenafweging concludeerde de voorzieningenrechter dat schorsing gerechtvaardigd is om onomkeerbare gevolgen te voorkomen. Het plan treedt daardoor niet in werking en vormt geen beoordelingskader voor vergunningaanvragen. De raad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Oost Kinderdijk 187a wordt geschorst en de raad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.