ECLI:NL:RVS:2022:2130

Raad van State

Datum uitspraak
27 juli 2022
Publicatiedatum
27 juli 2022
Zaaknummer
202006366/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 91 Vw 2000Art. 28 Procedurerichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging buiten behandeling stelling asielaanvraag wegens medische ongeschiktheid voor hoorzitting

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 16 juli 2020 de asielaanvraag van de vreemdeling buiten behandeling omdat hij niet in staat was gehoord te worden vanwege zijn medische situatie. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De reden hiervoor is dat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De medische situatie van de vreemdeling maakt het nog steeds onmogelijk om gehoord te worden, en artikel 28 van Pro de Procedurerichtlijn staat het buiten behandeling stellen van de aanvraag niet in de weg.

De vreemdeling kan een nieuwe aanvraag indienen als zijn situatie wijzigt. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris niet tot het vergoeden van proceskosten.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202006366/1/V2.
Datum uitspraak: 27 juli 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 24 november 2020 in zaak nr. NL20.14460 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 16 juli 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.
Bij uitspraak van 24 november 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.A.H. Schoofs, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1.    De vreemdeling heeft namelijk aangevoerd dat de reden voor zijn opvolgende asielaanvraag is dat hij, anders dan in zijn eerste asielprocedure, in staat is om gehoord te worden voor zijn asielrelaas. Maar zoals de rechtbank terecht heeft vastgesteld, is gebleken dat de vreemdeling vanwege zijn medische situatie nog altijd niet in staat is om gehoord te worden. Ook heeft de rechtbank terecht overwogen dat artikel 28 van Pro de Procedurerichtlijn er niet aan in de weg staat om de aanvraag van de vreemdeling buiten behandeling te stellen. Het staat de vreemdeling vrij om, als zijn situatie is gewijzigd, een nieuwe aanvraag in te dienen.
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Prins
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2022
936