ECLI:NL:RVS:2022:2132
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep en voorlopige voorziening
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 8 november 2021 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, die op 8 juni 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij tevens een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan. De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend waarop de vreemdeling heeft gereageerd. De Afdeling constateert dat de vreemdeling ondanks vertrek met onbekende bestemming nog steeds belang heeft bij de procedure.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen gronden bevat die aanleiding geven tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.