ECLI:NL:RVS:2022:2133
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing opheffing inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 januari 2020 het verzoek van een vreemdeling tot opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 31 mei 2021 het besluit vernietigde wegens een zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State, stellende dat het motiveringsgebrek eenvoudig te herstellen viel en dat het hoger beroep geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is omdat het motiveringsgebrek inderdaad eenvoudig te herstellen is en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand door een derde partij. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 27 juli 2022.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit tot afwijzing van het verzoek tot opheffing van het inreisverbod en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.