ECLI:NL:RVS:2022:2134
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 11 augustus 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen aanleiding geeft tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank. Het hogerberoepschrift bevat geen nieuwe rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken over de beoordeling van niet-ontvankelijkheid bij aanvragen van vreemdelingen die kunnen terugkeren naar een andere lidstaat van de EU of een veilig derde land.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 27 juli 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.