ECLI:NL:RVS:2022:2138
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening om besluit college Den Haag over omgevingsvergunning splitsing woning
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde op 20 mei 2021 een omgevingsvergunning voor het splitsen van een woning in strijd met het bestemmingsplan te verlenen. Verzoeker stelde bezwaar en beroep in, maar deze werden ongegrond verklaard. Verzoeker vorderde vervolgens een voorlopige voorziening bij de Raad van State.
Tijdens de procedure bleek dat verzoeker inmiddels een parkeerplaats elders had gehuurd, waardoor het college in principe geen bezwaar meer zag tegen de vergunning, mits aan voorwaarden werd voldaan. De voorzieningenrechter hield de zaak aan en drong aan op overleg tussen partijen, maar het college gaf geen tijdig bericht over de uitkomst.
Uit nadere informatie bleek dat het college verwachtte de vergunning spoedig alsnog te kunnen verlenen. Verzoeker gaf aan zonder vergunning gedwongen te worden tot verkoop van de gehele woning. Het college stelde dat het niet in verzuim was en dat het verzoekers eigen risico was dat hij pas in hoger beroep actie ondernam.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college spoedig moest beslissen en dat de door het college genoemde termijn van drie weken te lang was. Daarom werd het college opgedragen uiterlijk 2 augustus 2022 een besluit te nemen over de vergunning en het betaalde griffierecht aan verzoeker te vergoeden.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag moet uiterlijk 2 augustus 2022 een besluit nemen over de omgevingsvergunning voor splitsing van de woning.