ECLI:NL:RVS:2022:22
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming stukken in hoger beroep vreemdelingenrecht
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland in een vreemdelingenrechtelijke kwestie. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft vertrouwelijke stukken overgelegd en verzocht dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kennis mag nemen van deze stukken.
De stukken betreffen een bestuurlijke inbreng van verschillende partijen, waaronder de gemeente Utrecht en het Openbaar Ministerie, en antwoorden op vragen van de rechtbank over deze inbreng. De Afdeling moest beoordelen of het verzoek tot beperking van kennisneming gerechtvaardigd was, waarbij zij een belangenafweging maakte tussen het belang van appellant om alle relevante informatie te ontvangen en het algemeen belang bij vertrouwelijkheid.
De Afdeling oordeelde dat het belang van vertrouwelijk overleg en bestuurlijke inbreng zwaarder weegt dan het belang van appellant om de stukken in te zien. Daarom werd het verzoek tot beperkte kennisneming toegewezen, zodat alleen de Afdeling zelf toegang krijgt tot de vertrouwelijke stukken.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige geheimhoudingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 6 januari 2022.
Uitkomst: Het verzoek tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen, zodat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kennis mag nemen van deze stukken.