ECLI:NL:RVS:2022:2225
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep planschade en inhoudelijke beoordeling aanvraag
Het college van burgemeester en wethouders van Son en Breugel wees een aanvraag om vergoeding van planschade af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ingediend. De appellant stelde dat de verzenddatum van het besluit op bezwaar onduidelijk was en dat het beroep daarom tijdig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit daadwerkelijk op 6 januari 2021 was verzonden, waardoor het beroep niet te laat was ingediend. De niet-ontvankelijkverklaring werd vernietigd en de zaak werd inhoudelijk behandeld.
De appellant voerde aan dat de peildatum voor planschade de datum van inwerkingtreding van het bestemmingsplan was, maar de Afdeling stelde vast dat het plan niet onherroepelijk was geworden. Hierdoor mocht het college de aanvraag om vergoeding van planschade afwijzen.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het besluit van 29 december 2020 bleef in stand en de proceskosten werden aan het college opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de aanvraag om vergoeding van planschade af te wijzen wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.