ECLI:NL:RVS:2022:2241
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Herroeping last onder dwangsom wegens onjuiste bestemmingsplangrondslag in paardenstallenzaak
Appellant is eigenaar van een perceel in Hapert waar 10 paardenstallen van aluminium profielen buiten het bouwvlak zijn geplaatst zonder omgevingsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders legde op 29 oktober 2020 een last onder dwangsom op om deze stallen te verwijderen. Appellant voerde onder meer aan dat het samenwerkingsverband VTH De Kempen niet bevoegd was tot het opleggen van deze last en dat het besluit gebaseerd was op een onjuist bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelde dat het samenwerkingsverband wel bevoegd was om de last op te leggen, maar niet om het besluit op bezwaar te nemen. Tevens stelde de rechtbank dat de paardenstal geen hoofdgebouw was en de stallen daarom niet vergunningvrij konden worden geplaatst. Appellant stelde dat de paardenstal noodzakelijk was voor de agrarische bestemming en dat het college onbetrouwbaar was vanwege tegenstrijdige standpunten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dat het samenwerkingsverband bevoegd was de last op te leggen, maar niet om op bezwaar te beslissen. Daarnaast oordeelt de Afdeling dat het college onjuist is uitgegaan van het bestemmingsplan "Buitengebied Bladel 2014, eerste herziening 2016" terwijl het juiste plan de tweede herziening 2018 betreft. Hierdoor is het besluit op een onjuiste grondslag gebaseerd en wordt het besluit herroepen. De rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar worden niet in stand gelaten. De Afdeling gelast vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom wordt herroepen wegens onjuiste bestemmingsplangrondslag.