ECLI:NL:RVS:2022:2278
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen invordering dwangsommen ontgrondingswerkzaamheden zonder vergunning
Op 3 augustus 2020 legde het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant bestuursdwang op om ontgrondingswerkzaamheden zonder vergunning op een perceel in Someren stil te leggen. Het college stelde een last onder dwangsom vast van maximaal €300.000. Na het niet-ontvankelijk verklaren van een bezwaar en het besluit tot invordering van de dwangsommen, stelde RVB Infra Harderwijk B.V. en anderen beroep in. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening om invordering van de dwangsommen te schorsen. De verzoekers stelden dat onmiddellijke invordering hen ernstige financiële schade zou berokkenen en dat het college geen belang had bij directe invordering. Het college wilde niet toezeggen te wachten met invordering.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang van verzoekers zwaarder woog dan het belang van het college bij invordering voorafgaand aan de bodemprocedure. De voorzieningenrechter wees erop dat de beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit in de bodemprocedure moet plaatsvinden en schorste het invorderingsbesluit. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De invordering van de dwangsommen wordt geschorst totdat op het hoger beroep is beslist.