ECLI:NL:RVS:2022:2308
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering urgentieverklaring wegens onvoldoende onderzoek medische situatie
Appellante vroeg een urgentieverklaring aan voor zichzelf en haar twee minderjarige dochters vanwege dringende woonbehoefte na dakloosheid en verblijf in een opvanghuis. Het college van Almere wees de aanvraag af omdat zij niet minimaal twee jaar onafgebroken in Almere was ingeschreven en vanwege onduidelijkheid over schulden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de situatie van appellante niet uitzonderlijk was en dat de hardheidsclausule niet van toepassing was.
In hoger beroep stelde appellante dat zij feitelijk wel twee jaar in Almere verbleef, dat haar schulden waren gecompenseerd en dat de medische stukken onterecht onvoldoende waren meegewogen. De Raad van State oordeelde dat het college ten onrechte geen nader medisch onderzoek had laten verrichten ondanks ernstige psychische en fysieke klachten die verband houden met haar woonsituatie. Hierdoor was het besluit niet zorgvuldig genomen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en gaf het college de opdracht binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college Almere wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met zorgvuldiger onderzoek naar de medische situatie.