ECLI:NL:RVS:2022:2325
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Minderhoud
- B.J. Schueler
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over retributie beoordeling rapporten grote gevaren Neptune Energy
Neptune Energy diende in 2018 32 rapporten inzake grote gevaren in voor haar productie-installaties, waarvoor de minister op grond van de Mijnbouwwet een retributie in rekening bracht. Neptune Energy maakte bezwaar tegen de hoogte van de vergoeding, met name omdat voor productie-installaties die uit meerdere fysiek verbonden werken bestaan, meerdere vergoedingen werden geheven.
De minister verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde het besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een eerdere uitspraak dat verschillende fysiek verbonden onderdelen juridisch als één mijnbouwwerk moeten worden beschouwd, waardoor de minister ten onrechte meerdere vergoedingen had geheven. Naar aanleiding daarvan nam de minister een nieuw besluit waarin hij een totaalbedrag van €43.000,00 voor zeven productie-installaties handhaafde.
Neptune Energy stelde dat de minister in strijd met artikel 7:11 Awb Pro handelde door opnieuw een retributie te heffen voor productie-installaties waarvoor al een vergoeding was betaald en dat het bedrag te hoog was omdat het ging om bestaande en niet nieuwe productie-installaties. De Afdeling oordeelde dat het besluit van 14 december 2020 geen nieuwe retributies bevatte, maar een motivering van het totaalbedrag, en dat het bezwaar van Neptune Energy zich slechts richtte op een deel van de deelbedragen.
Echter, de Afdeling stelde vast dat de minister ten onrechte het bedrag voor een nieuwe productie-installatie in rekening bracht, terwijl de productie-installaties al lang bestonden en de rapporten een voortzetting waren van eerdere documenten. Daarom werd het besluit van 14 december 2020 vernietigd en werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 14 december 2020 wordt vernietigd wegens onjuiste berekening van de retributie en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.