ECLI:NL:RVS:2022:2343
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek afvalligheid
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 24 september 2021 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte niet had onderzocht en beoordeeld of de staatssecretaris de geloofwaardigheid van de gestelde afvalligheid van de vreemdeling voldoende had onderzocht. Afvalligheid betreft het zich afwenden van het geloof waarmee iemand is opgegroeid of waarbij hij in de ogen van de omgeving behoort te zijn aangesloten.
De overige grieven van de vreemdeling leidden niet tot vernietiging. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €2.277,00.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de geloofwaardigheid van afvalligheid.