ECLI:NL:RVS:2022:2361
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 22 juni 2022 in bewaring. De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 juli 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, en nam de motivering van de rechtbank over.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.