ECLI:NL:RVS:2022:2411
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 februari 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 4 juli 2022 niet-ontvankelijk verklaarde omdat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer zou hebben met zijn gemachtigde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het bericht van de gemachtigde, waarin werd bevestigd dat er nog contact was en dat de vreemdeling de opvang gedwongen had verlaten, niet had betrokken bij haar uitspraak.
Hierdoor was de niet-ontvankelijkverklaring onterecht. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, wees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.