ECLI:NL:RVS:2022:2435
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 juli 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, legde hem een vertrekopdracht op en vaardigde een inreisverbod uit.
De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, dat op 27 juli 2022 ongegrond werd verklaard. Tegen dit vonnis stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te ontvangen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat uitzetting naar Syrië een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt, waardoor uitzetting naar Syrië niet zal plaatsvinden. Omdat er geen aanwijzingen zijn dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd, is geen reden om de voorlopige voorziening toe te kennen.
Het verzoek om de voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de vreemdeling mag niet worden uitgezet voordat op hoger beroep is beslist, met uitzondering van uitzetting naar Syrië.