ECLI:NL:RVS:2022:2487
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardigheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 mei 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd opnieuw af. De rechtbank verklaarde het daartegen ingestelde beroep ongegrond op 15 juli 2022. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De vreemdeling klaagde terecht dat de rechtbank niet alle overgelegde stukken en foto’s had betrokken bij de beoordeling van zijn seksuele geaardheid. De Raad van State oordeelde echter dat dit niet tot vernietiging leidt omdat de staatssecretaris de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas deugdelijk had gemotiveerd. Het zwaartepunt ligt bij het persoonlijke verhaal van de vreemdeling, en de aanvullende foto’s konden het oordeel niet veranderen.
De overige grieven van de vreemdeling waren onvoldoende om de uitspraak te vernietigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.