ECLI:NL:RVS:2022:2498
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling ondanks bezwaar over machtiging binnentreden
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 27 juli 2022 in bewaring. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze bewaring en stelde dat de machtiging tot binnentreden niet aan hem was getoond. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak leidt omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. De Raad overwoog dat het niet aantonen van de machtiging tot binnentreden in het proces-verbaal niet relevant is, omdat de machtiging wel is gebruikt en toestemming van de broer van de vreemdeling niet vereist is.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2022 en op 30 augustus 2022 digitaal aan partijen beschikbaar gesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.