ECLI:NL:RVS:2022:2508
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 18 november 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen en ambtshalve geweigerd uitstel van vertrek te verlenen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 januari 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure gaf de staatssecretaris aan dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken en dat er geen contact meer is tussen de gemachtigde en de vreemdeling. Hierdoor concludeerde de Afdeling dat de vreemdeling geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij de proceskostenvergoeding aan de vreemdeling af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van mr. H.G. Sevenster.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang.