ECLI:NL:RVS:2022:2532
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning voor vellen zomereik wegens onzorgvuldige belangenafweging
Het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug weigerde op 30 juli 2019 een omgevingsvergunning voor het vellen van een zomereik en een beuk op een perceel in Driebergen-Rijsenburg. Het bezwaar en het beroep van appellant tegen deze weigering werden ongegrond verklaard door het college en de rechtbank. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college de belangenafweging niet zorgvuldig had gemaakt. Hoewel de zomereik waardevol is vanwege natuur-, milieu- en landschappelijke waarden, had het college onvoldoende rekening gehouden met het verkeerskundig rapport van appellant dat een verkeersonveilige situatie bij de uitrit aantoonde. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de CROW-richtlijnen alleen voor nieuwe verkeerssituaties gelden.
Na nadere toelichting van het college en een verkeersdeskundige ter zitting erkende het college wel bepaalde risico’s, maar stelde dat die niet zodanig zijn dat sprake is van een verkeersonveilige situatie. Het college bood aan een verkeersspiegel te plaatsen om de zichtbaarheid te verbeteren. De Afdeling stelde vast dat het college alsnog een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt en voldoende had gemotiveerd waarom het behoud van de boom zwaarder weegt dan het belang van appellant bij verkeersveiligheid.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, inclusief kosten voor het verkeerskundig rapport en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.