ECLI:NL:RVS:2022:2557
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- B.J. Schueler
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Onzekerheid over juistheid emissiefactor emissiearm stalsysteem A1.13 in natuurvergunning melkveehouderij
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende een natuurvergunning voor een melkveehouderij met een emissiearm stalsysteem A1.13. MOB en Leefmilieu stelden beroep in tegen deze vergunning vanwege twijfel over de juistheid van de emissiefactor die in de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) wordt gehanteerd voor dit stalsysteem.
De rechtbank vernietigde de vergunning omdat de Rav-emissiefactor waarschijnlijk de ammoniakemissie onderschat en daardoor niet met de vereiste zekerheid kan worden vastgesteld dat de stikstofdepositie niet toeneemt. Het college stelde hoger beroep in tegen deze overwegingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat verschillende onderzoeken, waaronder het CBS-rapport en het CDM-advies, concrete aanwijzingen geven dat de Rav-emissiefactor voor emissiearme stallen de werkelijke ammoniakemissie onderschat. Daarnaast is de naleving van het gebruiksprotocol (leaflet) essentieel maar onvoldoende gewaarborgd om zekerheid te bieden. Daarom kan de emissie niet met de vereiste zekerheid worden vastgesteld en moet een passende beoordeling plaatsvinden. De Afdeling wijst op het voorzorgbeginsel en de strikte uitleg daarvan door het Hof van Justitie, waardoor de Rav-emissiefactor niet zonder meer kan worden toegepast zolang de onzekerheid bestaat.
Verder bevestigt de Afdeling dat de referentiesituatie voor de emissiecorrectie met 5% vanwege beweiding juist is toegepast, omdat de vergunning uit 2016 betrekking heeft op een melkveehouderij die het vee beweidt. Het college moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze overwegingen.
Deze uitspraak benadrukt de noodzaak van nader onderzoek naar de factoren die de werking van emissiearme stalsystemen beïnvloeden en de beschikbaarheid van betrouwbare emissiefactoren voor natuurvergunningen in de veehouderijsector.
Uitkomst: De vergunning wordt vernietigd omdat de emissiefactor voor het emissiearme stalsysteem A1.13 onvoldoende zekerheid biedt over de stikstofemissie, waardoor een passende beoordeling vereist is.