ECLI:NL:RVS:2022:2558
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende belangenafweging artikel 8 EVRM
De vreemdeling, een 73-jarige weduwe met de Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij haar meerderjarige zoon in Nederland te verblijven. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek af omdat er volgens hem geen sprake was van meer dan normale emotionele banden tussen de vreemdeling en haar zoon, zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank en staatssecretaris ten onrechte volstonden met de constatering dat er geen 'more than normal emotional ties' bestonden zonder een volledige belangenafweging te maken. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat bij een beroep op artikel 8 EVRM Pro altijd een alle relevante feiten omvattende belangenafweging vereist is.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en droeg de staatssecretaris op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van een volledige belangenafweging en de mogelijkheid tot hoorzitting volgens de Awb. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en de staatssecretaris moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen met een volledige belangenafweging.