ECLI:NL:RVS:2022:256
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over handhaving luchtwasser en situering stal in Best
Het college van burgemeester en wethouders van Best legde een dwangsom op aan een vergunninghouder vanwege het niet naleven van voorwaarden uit een omgevingsvergunning, met name over landschappelijke inpassing. Het college weigerde handhavend op te treden tegen de plaatsing van een andere combiluchtwasser dan vergund en tegen de situering van de stal. De rechtbank oordeelde dat het college onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd had gehandeld en vernietigde het besluit.
Het college ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vergunninghouder een andere combiluchtwasser had geplaatst dan vergund en dat de stal ongeveer 1 meter dichter bij de erfgrens was gebouwd dan toegestaan. Het college was bevoegd handhavend op te treden en mocht slechts onder bijzondere omstandigheden daarvan afzien.
De Afdeling oordeelde dat het college geen bijzondere omstandigheden had aangetoond die handhaving onevenredig maken, zoals zicht op legalisering of disproportionele financiële gevolgen. Ook was onvoldoende inzicht gegeven in milieugevolgen van de gewijzigde situering van de stal. Daarom bevestigde de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het college ongegrond.