ECLI:NL:RVS:2022:2562
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 juni 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde tevens ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten op 6 mei 2022 ongegrond. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden totdat het hoger beroep is beslist, gegrond is gelet op de belangen van de vreemdeling. De voorlopige voorziening beperkt zich ertoe dat de vreemdeling haar hoger beroep mag afwachten zonder uitgezet te worden. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter D.A. Verburg, in aanwezigheid van griffier M. van Wezep, op 31 augustus 2022.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.