ECLI:NL:RVS:2022:2590
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 november 2020 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag vernietigde bij uitspraak van 23 juni 2022 het besluit van de staatssecretaris en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank te voorkomen totdat het hoger beroep is afgerond. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat het vonnis van de rechtbank in stand blijft en dat de belangen van de staatssecretaris en de vreemdeling in aanmerking genomen moeten worden. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, zodat de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.